Geschlecht Van Basten

Die beziehungen zwischen den Kollatoren  des Geschlechts Van Basten, aus Gelderland, Bentheim und Westfalen

Das Geschlecht Van Basten war ansässig im heutigen niederländischen und deutschen Grenzgebiet (Grafschaft Bentheim, Fürstenbistum Münster). Abhängig von den Kriegsgeschehen im 16. und 17. Jahrhundert zog man – sei es zeitweise – in sicherere Gebiete. Aus Winterswijk nach Bocholt oder Vreden, die Burg von Bredevoort oder in die Festigungsstadt Groenlo. Sie behielten an mehreren Orten ihre Häuser (markt Doetinchem, haus Peenekamp, Hardenberg, (in der Nähe von Anholt), Efing (Bocholt), haus Van Basten-Van Asbeck (Groenlo) und Rittergut Rote Spiker (Dinxperlo).

Die frühesten Eintragungen kommen aus der Mitte der 15. Jahrhunderts.

Möglicherweise besteht eine familiäre Beziehung zur Familie Van Basten aus Vechta (Niedersachsen). Ab 1483 wird Otto van Basten, Drost von Vechta und Meppen und Verwalter des Bischofs von Münster in Emsland bzw. erwähnt. Wolter van Basten, Drost und Verwalter von Cloppenburg (erwähnt ab 1510). Siehe Fragment Genealogie 2 unten. Möglich ist auch eine familiäre Verwandtschaft mit dem Geschlecht Van Besten oder Von Beesten, welches sich in derselben Region aufhielt.

Mitglieder dieses Geschlechtes findet man hauptsächlich in freien Berufen: die Anwälte (1), Ärzte und Händler.

Das Arbeitsgebiet der Anwälte von Basten lag mehr im Osten (Westfalen und Bentheim) als in Gelre. Daher werden die Anwälte Van Basten nicht vermeldet als zugelassene Anwälte am Hof von Gelre und Zutphen (siehe Übersicht Gelders Archief)

 

Der Vorstand der Vikarie ging an den ältesten und nächsten Blutsverwandten

Die Gründungsakte bestimmte das „ius patronatus et presentandi huiusmodi vicarium ad prefatum altare sibi quoad vixerit et post eius obitum seniori et proximiori de eius sanguine ac vera genealogia existenti reservare„. So lautete der Text der Gründungsakte aus 1501.

Übersetzt bedeutet dies, dass die Kollatorschaft für den Gründer bestimmt war und „nach seinem Tod für den ältesten und nächsten Blutsverwandten, der laut Gesetz selbst aus dem gleichen Geschlecht stammt“. Dies bedeutet auch, dass jemand aus der älteren Generation Vorrang hat vor jemandem aus der jüngeren Generation.

Aus der nachstehenden Aufstellung ist ersichtlich, dass diese Bedingungen der Nachfolge bereits seit 5 Jahrhunderten genauestens befolgt wurden. (siehe blaue Texte)

Heerlijkheid Bredevoort, kaart uit 1741 van Isaak Tirion en Jacob Keyser
Karte der Umgebung von Winterswijk in der „Heerlijkheid Bredevoort“, das Wohngebiet der Familie Van Basten. Detaillierte Karte des Viertels von Zutphen, durch J. Keizer aus 1741. Im Norden liegt Groenlo.

1. Genealogie Van Basten aus Gelderland, Bentheim en Westfalen

(Van Basten zu Hardenberg, Van Basten zu Eefting, Van Basten tot het Roode Spijker). Sie siegeln mit einem Stern oder mit einem mit einem Stern beladenen Ankerkreuz.

(text unten is teilweise niederländisch!)

I. N.N. Van Basten, geb. vóór 1413 (Vgl.  Otto I van Basten in genealogie 2, am Ende dieser Seite) Zijn kinderen:

1. Hendrick I, volgt II.

2. Johan I Van Basten, geb. vóór 1443, keurnoot te Winterswijk 1463, † na 3 dec. 1463.

II. Hendrick I Van Basten, Sr, geb. vóór 1431, tr. vóór 15 mei 1500 N. N.. Uit dit huwelijk:

1. Herman I, volgt III.

2a. Hendrick II* Van Basten Jr, geb. vóór 1460, gegoed in: Aalten, keurnoot in Bredevoort (‚Hinrick van Bassten der junge‘, 1487), koopt een jaarrente uit het erve ter Neet (vgl. vicariegoed Ter Nedt en Herman I van Basten), anders geheeten Goyhkinck in k. Aalten, b. Barle 1500, getuige in Bredevoort 1504, † na 15 mei 1500, tr. vóór 15 mei 1500 Fenne N. (mogelijk een dochter van N. en Styna Rauwerdinck/ Rauwert, omdat een Fenne van Basten in 1533 haar erfenis m.b.t het erf Rawerdynck van haar vader verkoopt aan Johan Rawerdinck en zijn vrouw Lumme), geb. vóór 1480, † na 15 mei 1500. Of:

2b. Hendrick III* Van Basten, geb. vóór 1473, Gegoed in: Voorst, Winterswijk, exploiteert herberg in Winterswijk 1542, 1559 , beleend met het Beelmansgoed (Gelmerye, het Loe), b. Appen, kerspel Voorst 1493, koopt een jaarrente uit het goed Rauwert, b. ‚t Wolt, Winterswijk 1542 (vgl. Herman I van Basten) , † na 24 juni 1559, tr. vóór 12 maart 1493 Katharina N., geb. vóór 1477, ‚frow Bastmans‘,† na 24 juni 1559. Of:

2c. Hendrick V* Van Basten, geb. vóór 1513, † vóór 2 dec. 1533, tr. Wylhelmina N., geb. vóór 1513, gegoed: in Aalten, verkoopt stuk grond in de Aalter Esch 1533, † na 2 dec. 1533. en mogelijk

3. Katherina van Basten, geb. vóór 1453, † na 29 nov. 1508, tr. vóór 29 nov. 1508 Johan van Vreden of Van Basten, geb. vóór 1488, Gegoed in Zutphen, † na 27 jan 1503 en vóór 29 nov 1508

(* in de bronnen zijn deze Hendricken nauwelijks uit elkaar te houden. Mogelijk gaat het hierbij steeds om dezelfde Hendrick. Een van deze had een huis aan de Boedekerstrate (Beukerstraat) in Zutphen en is voor 18 juni 1532 overleden.)

Zegelafdruk Herman I van Basten bij een charter uit 1475,
Siegel mit einem sechszackiger Stern. Stempeldruck Herman I van Basten in einer Urkunde aus dem Jahre 1475, wo er als Richter als richter von Bredevoord fungiert.

III. Herman I Van Basten, geb. vóór 1449, gegoed in: Bocholt, Rhede, Aalten, Angerlo, Doesburg, Doetinchem, Winterswijk, Aalten; geschworener Fronbote (vroonbode of gerechtsdienaar) zu Wenterswick 1467, richter te Bredevoort vanwege Henrick heer van Gemen en Wevelinghoven 1475-1487, keurnoot te Bredevoort 1488-1501, verkrijgt de inkomsten uit de kosterij van Winterswijk voor zijn twee zonen 1493, vertegenwoordigt Everwijn graaf van Bentheim, heer van Steinfurt 1495, loopt tijdens oorlog tussen de Geldersen en Bourgondiers wachtdiensten op kasteel Bredevoort 1499-1502, Hufner villikation (of curtis) Winterswijk voor 1500, schout van Winterswijk 1500, woont mogelijk in het zgn. ‚Bastmanshuis‘ in Doetinchem 1500, 1502, sticht de vicarie Sancti Nicolai en krijgt erkenning als fundator en collator 1501- van Herman van Hoirde, kanunnik van Munster en aartsdiaken van Winterswijk 1501, schenkt  aan de Vicarie rentes uit de goederen:  Ten Wyle, k. Bocholt, b. Lydern 1501, Ten Lutken Plekenpole* , b. Winterwijk, b. Wolt 1501, Ten Nyet (Nedt), k. Aalten, b. Berle1501, gerechtigd in het goed Rawerdinck, k. Winterswijk, b. Wolt en het goed Nyenhuss (verm. k. Winterswijk, b. Kotten) 1501, † na 13 april 1503, tr. 1e N.N.; tr. 2e vóór 15 augustus 1474 Lumme Kremer, geb. vóór 1458, † vóór 30 april 1551, dr. van Herman en Fenne N.

* Havezate de Plekenpol was in die tijd beleend aan Rutger van Graes.

Uit het eerste huwelijk:

1. Johannes II Van Basten, geb. vóór 1503.

Uit het tweede huwelijk:

2. Hendrick IV, volgt IVa.

3. Berndt I, volgt IVb.

4. Hadewich Van Basten, geb. vóór 1533, † vóór 30 april 1551, tr. omstr. nov. 1533 Johan Pellen (Pyllen), geb. vóór 1533, zn. van Henrick ter Spillen.

5. Stijnen Van Basten, geb. vóór 1534, Gegoed in: Bredevoort, † na 30 april 1551.

IVa. Hendrick IV Van Basten, geb. omstr. 1477, gegoed in: Doetinchem, Winterswijk, Keulen, artes-student in Keulen 1495, eerste vicaris Vicarie Sancti Nicolai 1501, woont in Doetinchem 1503, vermeld als notar in 1513, vice-cureit tot Wenterswick 1533, bezitter goed Ubbinck*, k. Winterswijk, b. Dorbuer 1534, bespeelt het orgel in de St. Jacobskerk te Winterswijk 1535, bezitter goed Nijenhuis, k. Winterswijk, b. Kotten, hij bewoonde een huis aan het kerkhof in Winterswijk,  † vóór 2 dec. 1546, leeft in concubinaat met Greten Ten Honesch, † voor 4 juli 1549.

Uit deze relatie (bastaardtak):

* Es ist unklar, wie Ubbincks Eigentum in b. Dorpbuer, K. Winterswijk, sich bezieht auf die Ausleihe dieser Liegenschaft in den Jahren 1529, 1539, 1544 an Evert II van Lintelo zu Walfort und den Marsch (verheiratet mit Sophia von Heyden), Erbe seines Vaters Evert und seiner Frau Sara Mulert

Va. Herman (1) Van Basten, geb. omstr. 1520, Gegoed in: Winterswijk, Dinxperlo, heeft een  ’speldernij huijss‘ te Winterswijk, bezitterweiland die Nije maet b. Meddho, k. Winterswijk, woont in Vicariewoning aan het kerkhof te Winterswijk 1548, priester te Winterswijk 1549, geniet inkomsten uit het goed Nijenhuis k. Winterswijk 1552,kapelaan te Winterswijk 1549-1567, kapelaan in Aalten 1567-1581, pastoor van Winterswijk 1568, (’Herman van Besten’) kapelaan te Winterswijk 1571, Verzoekt de heer van Anholt voor zijn bastaard-zoon of voor zich-zelf het pastoraat van Dinxperlo 1580,  vicaris te Bocholt 1597, pastoor van Dinxperlo 1580-1602, beleend met de Liboriuskerk te Dinxperlo 1581, woont tijdens de oorlog in Bocholt 1585, 1602-’04,  vicaris van de vicarie Sancti Nicolai te Winterswijk 1604, vicarius in Bocholt 1597, 1605, † omstr. juni 1604, in concubinaat met N. N..

Uit deze relatie (bastaard tak):

1. Henrick (1), volgt VIa.

2. Maria Van Basten, geb. vóór 1580, gegoed in Winterswijk, † na 1634, tr. vóór 12 mei 1607 Hendrick Onnekinck, geb. vóór 1544, herbergier, coernoot 1608, zn. van Wilhm, † voor 1614.

3. Johan (1) Van Basten, geb. vóór 17 jan. 1603, † vóór 1615.

4. Heilen Van Basten, geb. vóór 1605, † na 6 febr. 1616, tr. vóór 16 nov. 1609 Willem Herberts, geb.vóór 28 nov. 1548, † na 2 dec. 1620, zn. van Johan.

5. Bernardt van Basten, geb. voor 1605, gegoed in Winterswijk.

6. Wendele Van Basten, geb. vóór 22 juni 1607, verkoopt weiland die Nije maet k. Winterswijk, 1609, verkoopt een rente uit Erve die Hoffstede, b. Barle, 1636,† omstr. 1638, tr. vóór 17 jan. 1603 Otto Volmer, geb. Winterswijk omstr. 1562, ambtman van het stift Vreden, bierbrouwer, waarnemend voogd van Winterswijk 1594, kerkmeester 1615, coernoot 1616-1634, † vóór 7 april 1635, zn. van Henrick en echtg. van Christina Kremers.

VIa. Henrick (1) Van Basten, geb. vóór 1550, Gegoed in: Winterswijk, bezitter weiland die Nije maet ,b. Meddho, k. Winterswijk, voogd van Winterswijk voor de Vrouwe van Anholt 1581-1595, secretaris van de Vrouwe van Anholt (Isselburg)  1583-1594, † omstr. 17 aug. 1594, tr. vóór 3 febr. 1588 Christina Kremers, geb. Winterswijk vóór 3 febr. 1588, † vóór 27 sept. 1604; zij hertr. vóór 22 jan. 1602 Otto Volmer. Uit dit huwelijk:

1. Margretha Van Basten, † na 3 okt. 1610, tr. vóór 3 okt. 1610 Herman Reker, stadsspeelman te Bocholt (1610), †na 3 okt. 1610.

2. Johan (2) Van Basten, geb. voor 1602, voogd van Bredevoort 1602-1630, gerichtszdiener te Bredevoort 1601, capitein 1616, † na 4 nov. 1644.

3. Henrich (2) Van Basten, geb. vóór aug. 1594, Gegoed in: Winterswijk, † na 22 nov. 1611, tr. Jenneken Lebbinck, †na 22 nov. 1611, dr. van Gerrit Lebbing. Uit dit huwelijk:

NN. Van Basten, geb. na 1606,17 † na 31 maart 1624.

 

Bastenshoekhuis. Gezicht op het Raadhuis van Doetinchem, Jan de Beijer 1743.
Blick auf den Rathaus von Doetinchem, Jan de Beijer 1743. Das Haus am linken seite wurde im 16. Jahrhundert bekant als das „Bastens Eckhaus“ auf dem Markt in Doetinchem

IVb. Berndt I Van Basten, geb. vóór 1 mei 1493, Gegoed in: Doetinchem, Winterswijk, bezit het ‚Bastens hoekhuis‘, aan de Markt en Doetinchem, bezitter rechten in de stadsweiden van Doetinchem 1536-’37, ambtman van de proost St.- Mauritius te Winterswijk* , rentmeester van Bredevoort namens de hertog van Gelre 1536-’37, overdracht kosterij van Winterswijk aan zijn zoon, afkomstig van Hendrik van Basten, 1537, drijft een herberg te Winterswijk 1544, keurnoot te Bredevoort 1531-1545, eigenaar van het goed Higinck in het Hanefelt, b. Huppel, k. Winsterswijk, 2e collator van de Vicarie Sancti Nicolai 1503 –, † omstr. 1546, tr. Gertgen N., geb. vóór 1547, † na 1570 en vóór 18 maart 1573. Uit dit huwelijk:

* Seit dem 10ten Jahrhundert hatte das Kloster oder Kollegiatstift St. Mauritz in Münster einen Außenhof in Winterswijk, der Haupthof befand sich auf der Wheme oder der burg Starkenrode.

1. Herman II, volgt Vb.

2. Johan III, volgt Vc.

3. Jutte Van Basten, geb. vóór 1556, Gegoed in: Winterswijk, † na 1573, tr. Winterswijk ca. 1546 Bernt Ter Woirdt, geb. vóór 7 april 1555, keurnoot 1573, † na 19 juni 1573, zn. van N.N.N..

4. verm ook Henrick ter Woert off Van Basten, geb. voor 1535, drijft een herberg in Winterswijk 1535.

5. Fenne Van Basten, geb. vóór 1527, Gegoed in: Doetinchem en Winterswijk,  † na 30 april 1551, tr. vóór 1547 N.N. Koesinck, geb. vóór 1527, verm. zn. van Kirstken Koesinck en Mechteld Loijkinck

Vb. Herman II Van Basten, geb. vóór 1537, Gegoed in: Doetinchem, Winterswijk, Beltrum, Südlohn, drijft een herberg te Winterswijk, beschikt over de ‚die halve Bastensbanck‘ in de kerk van Bredevoort 1571, 3e collator van de Vicarie Sancti Nicolai 1545 –, † vóór 8 maart 1604, tr. vóór 5 febr. 1556 Wendele Van Voorst, geb.vóór 5 febr. 1556, † na 24 juni 1589, dr. van Johan van Voorst, rentmeeester van Aloff van Remen, op Dravenhorst, ambtman van de proost van St. Mauritius, mog. kleindochter van Otto van Voorst, heer van Enghuizen (Hummelo) en Bertha Gelmers. Uit dit huwelijk:

1. Berndt II, volgt VIc.

2. Bernharda Van Basten, † vóór 8 maart 1604, tr. Alexander Ter Woirdt, geb. vóór 24 jan. 1589, †na 24 maart 1604, zn. van Alexander.

3. Fredrick I, volgt VId

VIc. Berndt II Van Basten, Gegoed in: Winterswijk, Borken, † vóór 24 juni 1589, tr. Elysabeth Wijnhoff, † na 31 maart 1636, dr. van Melchior en Zwanida Van Beveren; zij hertr. vóór sept. 1603 Andriess Boesen, geb. vóór 13 juli 1584, voogd van Winterswijk 1584, burger van de stad Borken 1603, keurnoot 1607, statholder van het Hofgericht te Bredevoort 1611, kerkmeester te Winterswijk 1614, stadholder van de drost, voorzitter rechtbank Winterswijk 1614-1636, gegoed in Winterswijk 1625, 1630, † na 31.3.1636. Uit dit huwelijk:

Berndt II war ein Onkel von Philippus Rovenius, Apostolischer Vikar der niederländischen Mission. Rovenius ‚Mutter war seine Schwägerin Woltera Wijnhof

1. Henrica Van Basten, geb. vóór 24 juni 1589, † na 24 maart 1604, tr. 1e Cornelis Smits, geb. omstr. 1578, kerkmeester, winkelier (‚magenaes‘) 1613, ambtman van de proost van St. Mauritius 1617, drijft herberg 1618, † na dec. 1646, zn. van Albert; tr. 2e 1570 Johan Wijnhoff J.U.L., geb. 1540, geheimraad van de graaf van Bentheim 1570, 24 jaar burgemeester van Zutphen 1624, † 1629, zn. van Melchior en Zwanida Van Beveren; hij hertr. 1572  Catharina Van Hoevell en tr. 3e na 1588 Gorsela Meirinck.

2. Wendele Van Basten, geb. vóór 24 juni 1589, † na 24 maart 1604.

Haus Peenekamp Anholt
Haus Penekamp (Peenekamp, Pennekamp), aus Jahr 1563, befindet sich an Breels, Peenekamp 5 zu Anholt. Laut Anna Lindenberg, haben Frederick van Basten und seine frau im Haus Pennekamp gelebt. vgl. Familien im Grenzland in Unsere Bocholt, 1962, s. 19 ev). Foto 2011 Van Batenborgh Stiftung).
Haus Penekamp. Im Jahre 1461 wird Goddart van Meverden an Pennekamp ausgeliehen. 1497 heiratete sein Sohn Johan Bertha van Besten. Und 1539 wieder sein Sohn Roloff von Meverden, und in 1583 und 1596 wieder sein Sohn Johan van Meverden zum Pennekamp mit seinem Sohn Heinrich. Und 1620 kaufte Wilhelm van Meverden zum Penekamp das Haus Penekamp von Godtfried van Woude und seiner Frau Anna van Keppel, Anthonia van Graes und Christina van Keppel.
Foto 2011 Van Batenborgh Stiftung.

VId. Fredrick I Van Basten, geb. vóór 1574, Gegoed in: Winterswijk, Bocholt, Vreden, bezitter huis Pennekamp in Bocholt, en het ‚Voerstenhuys‘ (ook wel ‚Bastmans huiss‘ genoemd) te Winterswijk, vermeld in Winterswijk 1594, 1589, 1597, 1604, kerk- en gildemeester Winterswijk 1584,  bezitter goed Balckenschot, Winterswijk 1588, 1592, ambtman van de proost van St. Mauritius 1610, bezitter goed Hijinck  b. Huppel, k. Winterswijk 1615, 4e collator vicarie Sancti Nicolai 1604 –, † omstr. 24 juni 1615, tr. vóór 1574 Maria Dienbergh tot het Holtwick, geb. vóór 1574, † na 1603, dr. van Herman Dijenberch tot het Holtwijck en Anna de Bever. Uit dit huwelijk:

1. Bernard III Van Basten, geb. na 1574.

2. Margaretha Van Basten, geb. vóór 1577, Gegoed in: Winterswijk, † vóór 8 febr. 1617, tr. 14 febr. 1593 Rutger Sluijssen, geb. Anholt (Dld.) vóór 1577, † 1615, zn. van Frans Tho Ijselhuizen en Derkje N..

3. Herman III, volgt VIIb.4. Hendrick VI Van Basten, geb. 1584.

Zegelafdruk van Herman III van Basten. met de initialen '"H.V.B."
Siegeldruck von Herman III van Basten, als kollator während einer Ambtshandlung, „Actum op het Buirse bij Winterswick“ 26 Januar 1637. Siegel mit Ankerkreuz, mit den Initialen ‚“H.V.B.“ Derselbe Herman siegelte die Akte vom 7 Juni 1616 mit einem Siegel mit schwimmende Fischen.
(Sammlung Van Batenborgh Stiftung)

VIIb. Herman III Van Basten, geb. vóór 1580, schepen van Vreden 1630, woont op havezate De Buurse (Buerse) 1637, gegoed in: Winterswijk en Vreden, 5e collator van de Vicarie Sancti Nicolai 1615 –, † na 5 juni 1641, tr. 1e omstr. 1604 Wijchmoedt Huijssinck, geb. Winterswijk vóór 1588, † vóór 5 juni 1641, dr. van Johan en Jenneken Herbertz en wed. van Henrick Dienbergh van Rhemen; tr. 2e vóór 5 juni 1641 Elsbeen Swederis, † na 5 juni 1641.Uit het eerste huwelijk:

1. Johanna Van Basten, geb. 1605, Gegoed in: Winterswijk, † vóór 29 april 1658, tr.vóór 8 maart 1634 Gerard Rabelinck, geb. 1605, burgemeester van Vreden, † vóór 16 okt. 1684, zn. van N..

2. Hendrick VII, volgt VIIIb.

3. Dr. Johan IV Van Basten, geb. omstr. 1613, ontvangt tonsuur 1625, monnik in de orde van de Cisterciensen 1626, † na 15 april 1630.

4. Albert Van Basten, geb. Winterswijk 1622.

5. Dr. Frederik II Herman Van Basten, geb. vóór 11 mei 1641, Gegoed in: Winterswijk, ambtman van de proost van St. Mauritius te Winterswijk 1652, schepen te Vreden 1658, 7e collator vicarie Sancti Nicolai 1655 –, † 1678, tr. Mechtildis Iserloe, † vóór 1678, dr. van Matthias en Agnes Van Woldenberg tot de Manhorst.

Haus Hardenberg bij Anholt
Haus Hardenberg neben Anholt (Verleihet an Zuylen und Bronkhorst)
Haus Hardenberg bij Anholt
Schloss oder Haus Hardenberg in Anholt, gelegen an Dwarsefeld 12 Anholt (südwestlich oan Aalten).
Foto 2011 Van Batenborgh Stifstung.

 

VIIIb. Dr. Hendrick VII Van Basten zu Hardenberg, geb. omstr. 1608, Gegoed in: Winterswijk, Aalten, Dinxperlo, Millingen en Bocholt, o.a. bewoner van haus Hardenberg (toen beleend aan Van Zuylen) bij Anholt 1645, leenman van huis Hoevestadt (Havestede) bij Winterswijk 1644, bezit voorts huis Rode Spijker bij Dinxperlo en haus Efing in Bocholt, Grafflicher Bergschen Rhaedt 1644-, advocaat 1635-1639, vertegenwoordigde o.a. Freiherr Dietrich von Velen1636 – , 6e collator vicarie Sancti Nicolai 1641 –,  gevolmachtigde van de bisschop van Munster 1652, † 1653, tr. 1e Vreden (Dld.) 27 juli 1632 Sibylla Weening, geb. vóór 22 juli 1632, † 1635, dr. van Joost en Agnes Imgrondt en wed. van Hendrik Ribbers; tr. 2e 1637 Richarda De Roller, geb. voor 1653,  † na 1670;  zij hertr. 1657 Hendrik Ribbers.

Uit het eerste huwelijk:

1. Michael I, volgt IXc.

Uit het tweede huwelijk:

2. Hendrick IX, volgt IXb.

3. Godfried Frederick, volgt IXd.

4. Wiegmoed Martina Van Basten, geb. vóór 24 juni 1671, Gegoed in: Bocholt, † na 1698, tr. 1e Wilhelm Van Dirkingh; tr. 2e Lodewijk Von Thonhauzen, kapitein.

5. Sibylla Van Basten, geb. vóór 1 april 1685, † na 7 okt. 1720, tr. 1e Bocholt (Dld.) 1662 Joost De Roller, geb. omstr. 1630, † 1666, zn. van dr Geert en Martina van Aalten.; tr. 2e vóór 1678 Bernard Huntelaer, † Groenlo vóór 1 april 1685, zn. van Gerrit Hunteler en Cunera Kelt.

Haus Efing in Bocholt
Haus Efing (Am Efing 20) in Bocholt, nordwestlich der stad (foto Bruno Wansing 2006).

Haus Efing (Am Efing 20) in Bocholt, nordwestlich der Stadt (foto Bruno Wansing 2006).

Ein herrenhaus aus dem Jahr 1565 und 1573, aber das heutige Gebäude stammt aus dem Jahr 1665. Mit hohem Mansardendach, an der Front ein robuster achteckiger Treppenturm und teilweise von einem Wassergraben umgeben. Auch genannt der ‘Praedium Efftinck’.

Die früheste Erwähnung des guten ist von 1323 (Archiv Anholt ). Im Jahr 1379 ist Wilhelm Wimann aus Bocholt damit belehnt. in 1405 wird erwähnt, Henrick Tenckinck, Richter und Bürgermeister zu Bocholt, der verheiratet ist mit Ludeke Effeking. Sein Sohn Otto ist im Jahre 1424 belehnt mit Offekinck ( Eefting ), ein Lehen des Bischofs von Münster. Mit der Heirat seiner Urenkelin Helwigis Tenckinck zu Buling 1566 mit Johan van Rhemen zu Evenkingh, komt Efing in die Händen seiner Nachkommen. Um 1600 wirt die gute Evenkinck verkauft.

Dann werden die ersten bekannten Bewohner Hendrick van Basten und Johanna Locken. Im Jahr 1668 ging das landgut Eefting an ihren Sohn Hendrick van Basten über. Er hat dat Haus deutlich attraktiver gemacht. Über dem Haupteingang zum Turm gibt es einen Stein mit dem Wappen von dem Paar Van Rhemen – Von Tencking. Auf dem Turm steht das Jahr 1570.

Im Jahr 1965 wurde das Haus renoviert und unterteilt in Wohnungen.

(Für gebrauchte Archivquellen, sehe: De lotgevallen van haus Efing)

 

IXb. Hendrick IX Van Basten tot Eefting, geb. omstr. 1634, Gegoed in: Bocholt, Dinxperlo, Aalten, („erffgesetener tot Effekinck“, 31 mei 1701). † 1701, tr. Bocholt (Dld.) 20 nov. 1664 Johanna Locken, † vóór 17 jan. 1677, dr. van Jan Loeken en Anna Bocholt. Uit dit huwelijk:

1. Hendrick X Jan, volgt Xc.

2. Frederik III Herman, volgt Xd.

3. Friedericus IV Van Basten, geb. Bocholt (Dld.) 7 dec. 1670, Gegoed in: Bocholt.

4. Anna Wichmod Van Basten, geb. Bocholt (Dld.) 31 juli 1672, Gegoed in: Bocholt.

5. Dr Hermannus Gerhardus Van Basten, geb. Bocholt (Dld.) 26 juni 1674, Gegoed in: Bocholt.

Xc. Dr Hendrick X Jan Van Basten tot Eefting, geb. Bocholt (Dld.) omstr. 28 okt. 1666, gegoed in: Aalten, † vóór 17 juni 1727, tr. 1e Anna Van Dirking; tr. 2e Bocholt (Dld.) 3 april 1693 Anna Gertrud Schutte, geb. Bocholt (Dld.) omstr. 1668, † ald. vóór 1715, dr. van Erich en Janna Margriet Heijnen; tr. 3e Bocholt (Dld.) 29 april 1716 Hendrina Johanna Reigers, geb. Bocholt (Dld.) omstr. 17 juni 1697, dr. van Wilhelm en Margaretha Von Der Beck. Uit het tweede huwelijk:

1. Franciscus Van Basten tot Eefting, geb. na 1683.

2. Johannes V Franciscus Van Basten tot Eefting, geb. na 3 april 1693.

3. N. Van Basten tot Eefting, geb. na 1693, Monnik kruisheren in het Klooster Marienfrede (Marienvrede) in Dingden bij Bocholt.

4. Joanna Gertrud Van Basten tot Eefting, geb. Bocholt (Dld.) 28 maart 1694.

5. Richarda Gesina Catharina Van Basten tot Eefting, geb. Bocholt (Dld.) 21 jan. 1696.

6. Josina Wichmud Antonia Van Basten tot Eefting, geb. Bocholt (Dld.) 1 aug. 1698.

7. Henricus XIII Jodocus Antonius, volgt XId.

8. Friedrich VI Joseph Van Basten tot Eefting, geb. Bocholt (Dld.) 1 nov. 1706.

9. Maria Catharina Van Basten, tot Eefting, geb. Bocholt (Dld.) 12 april 1709, tr. Johan Maurits Wilhelm Von Thonhauzen. Uit het derde huwelijk:

10. Joannes Antonius Van Basten, tot Eefting, geb. Bocholt (Dld.) 12 maart 1717.

11. Friederich Wilhelmus Antonius Van Basten, tot Eefting, geb. Bocholt (Dld.) 16 juni 1723.

Anna Frederica van Basten
Anna Frederica van Basten. 1753 Maler: F.C. de Hosson.
Johann Ludger von Wydenbrück
Johann Ludger von Wydenbrück maler: F.C. de Hosson. Particuliere collectie, Friesland.

XId. Henricus XIII Jodocus Antonius Van Basten tot Eefting, geb. Bocholt (Dld.) 1 nov. 1701, † 18 aug. 1734, tr.Groenlo 1 mei 1729  Anna Wilhelmina Oveljunck, geb. voor 1711, † na 15 april 1739, dr. van Antony Oveljonck J.U.D. en Anna Maria Dierckinck. Uit dit huwelijk:

1. Anna Catharina Gertrudis Van Basten, geb. Bocholt (Dld.) 22 maart 1730.

2. Anna Frederica Van Basten tot Eefting, geb. Bocholt (Dld.) omstr. 13 febr. 1731, † Borcken (Dld.) 18 juni 1781, tr. Borcken (Dld.) 1751 Johan Ludger Von Wiedenbruck, J.U.D., geb. omstr. 1719, student rechten in Harderwijk 1746, Richter Stadtgericht Borken, amt Ahaus 1764, 1776, 1796, 1802, Rath der Fürstinn zu Elten als Äbtissin zu Vreden 1776 , Bürgermeister Stadtgericht Borken, amt Ahaus 1776, † Bocholt (Dld.) 1805, verm. zn. van Matthias Wilhelm von Wydenbrück tot Emsinck, en Agnes Megthild Hane (Hahn)

3. Henrich XV Joannes Van Basten, geb. Bocholt (Dld.) 29 jan. 1734.

4. Henricus XVI Jodocus Antonius Van Basten, geb. Bocholt (Dld.) 4 jan. 1735, † ald. 19 aug. 1737.

Xd. Dr Frederik III Herman Van Basten tot Lyren, geb. 1670, Gegoed in: Bocholt, † Bocholt (Lyren) Dld. 1744, tr.vóór 1707 Theodora Fisser, geb. maart 1687, dr. van Andreas en Anna Mechtild Onstein. Uit dit huwelijk:

1. Dr Henricus XIV Joannes Van Basten tot Lyren, geb. Bocholt (Dld.) 19 juni 1707, Gegoed te Aalten, †na 19 juli 1737, tr. Groenlo 15 aug. 1731 Margaretha Geertruida Van Asbeck, geb. Vreden, B. Crosewijck; Huize Boinck 1684, † Groenlo 16 juni 1760, dr. van Dr Johan Christoffel en Helena Schutte en wed. van Dr. Hendrick XI Jan Van Basten (Xe).

2. Joannes Ignatius Alexander Van Basten, geb. Bocholt (Dld.) na 1707.

3. Joannes Alexander Van Basten, geb. 1711.

4. Anna Theodora Van Basten, geb. Bocholt (Dld.) 12 jan. 1713.

5. Maria Arnoldina Francisca Johanna Van Basten, geb. Bocholt (Dld.) 26 aug. 1714, † na 10 maart 1756.

6. Andreas Joannes Ignatius Van Basten, geb. Bocholt (Dld.) 2 sept. 1716.

Overlijdens bericht Michael van Basten uit 1633
Mitteilung über den Tod von Michael van Basten im Jahre 1713. Plakat das die Kirchenktür der Franziskanerkirche in Zwillbrock wahrscheinlich (und nicht in der Calixtuskerk Groenlo) wurde angebracht. (Stadtarchiv Oldenzaal)l)
wapen van Michael van Basten, in het wapenboek der Gelders-Overijsselse studentenvereniging aan de universiteit van Leiden, 1658
Wapen von Michael van Basten, in het wappenbuch der Gelders-Overijsselse studentenverein der Universität von Leiden im Jahre 1658

IXc. Dr. Michael I Van Basten, geb. Winterswijk, Havezathe De Buurse (Buerse) 1635, Gegoed in: Bocholt, Groenlo, advocaat 1653 -, keurnoot 1663, 8e collator van de Vicarie Sancti Nicolai 1678 –, † Groenlo 22 juni 1713, tr. Groenlo 6 sept. 1678 Anna Maria Warnsinck, † Groenlo 21 maart 1717, dr. van Johan en Jkvr. Wilhelmina Van Stoutenborgh. Uit dit huwelijk:

1. N. Van Basten, geb. 1 nov. 1679, † 1 nov. 1679.

2. Hendrick XI Jan, volgt Xe.

3. Sibilla Maria Van Basten, geb. Groenlo 28 febr. 1683, † Vreden (Dld.)17 febr. 1716, tr. Rekken 28 juni 1704 Dr Johan Hendrik Von Kerssenbrock, geheim-raad van de abdis van Elten, † 1720, zn. van Mr Johan en Elisabeth Oesthoff.

4. Wilhelmina Wichmoet Van Basten, geb. Groenlo 25 dec. 1684, †26 maart 1685.

5. Herman Berent Van Basten, geb. Groenlo 3 febr. 1686, † 20 febr. 1692.

6. Adriaen Joost Van Basten, geb. Groenlo 5 april 1688, † 23 april 1692.

7. Franciscus Ignatius Van Basten, geb. Groenlo 22 juli 1691, †21 maart 1692.

8. Herman Adriaen Van Basten, geb. Groenlo 2 febr. 1693, † 25 juli 1697.

9. Wilhelmina Agnes Van Basten, geb. 15 okt. 1695, † 30 nov. 1695.

Wapensteen met het alliantie wapen van Hendrick van Basten, gehuwd met Margaretha van Asbeck,
Wappenstein mit dem Allianz Wappen von Hendrick van Basten, verheirated mit Margaretha von Asbeck, über dem Tor neben dem Van Basten – Van Asbeckhaus an den Nieuwestraaat in Groenlo.
Das haus Van Basten – Van Asbeck in Groenlo aan de Nieuwestraat te Groenlo, war etwa 1630 gebaut.

Michael van Basten kaufte in 1679 das Haus Van Basten – Van Asbeck in Groenlo von der Familie Ten Ham. Dieses Haus befindet sich in der Nieuwestraat und grenzt hinten an den Bastenwal. Das Nationaldenkmal war bis Anfang des 20. Jahrhunderts noch von Familienmitgliedern bewohnt. Es ist heute eines der ältesten monumentalen Häuser in Groenlo. Im Kutschenhaus befindet sich jetzt eine Galerie mit noch sichtbarem Fachwerk. (Bildersammlung Van Batenborgh Stiftung)

Xe. Dr Hendrick XI Jan Van Basten, geb. Vreden 27 dec. 1680, ged. Groenlo 1680, Gegoed in: Vreden, Groenlo, advocaat, 9e collator van Vicarie Sancti Nicolai 1713-, † Groenlo 24 okt. 1729, tr. Groenlo 13 juli 1709 Margaretha Geertruida Van Asbeck, geb. Vreden, B. Crosewijck; Huize Boinck 1684, † Groenlo 16 juni 1760, dr. van Dr Johan Christoffel en Helena Schutte; zij hertr. Groenlo 15 aug. 1731 Dr Henricus XIV Joannes Van Basten tot Lyren (Xd,1).

Uit dit huwelijk:

1. Maria Sibilla Geertruida Van Basten, geb. Groenlo 21 nov. 1710, overste orde van de Annonciaten te Coesveld 1753, † Coesfeld (Dld.) 26 nov. 1753.

2. Dr Jan Hendrik Van Basten, geb. Groenlo 25 aug. 1712, advocaat-fiscaal van het Hof van Borculo 1772, 10e collator van de Vicarie Sancti Nicolai 1729 –, † Groenlo 15 okt. 1793.

Zegelafdruk Hendrick van Basten J.U.D.
Möglich siegelt Jan Hendrick van Basten J.U.D. Anwalt zu Borculo, auf 17.7.1756, mit den Initialen „H.V.B.D“ mit dem gleichen Stein als Henrick van Basten auf 20.1.1650 in Aalten (Sammlung der Van Batenborgh Stiftung).

3. Maria Antoinetta Modesta Van Basten, geb. Groenlo 3 juli 1714, † Vreden (Dld.) 27 dec. 1783, tr. Groenlo 24 nov. 1760 Joachim Hillebrand Von Wiedenbruck, geb. na sept. 1707, vendrig in dienst van de Keurvorst van Keulen 1735, luitenant, idem, 1760, † 22 mei 1793, zn. van Matthias Wilhelm von Wydenbrück tot Ensinck, en Agnes Megthild Hane (Hahn) en wedr. van Marie Antoinetta Oveljonck.

4. Anna Maria Elisabeth Van Basten, geb. Groenlo 18 aug. 1716, † ald.vóór 20 april 1761.

5. Michael II Wilhelm Antoon Van Basten, geb. Groenlo 3 jan. 1718, † ald. 4 jan. 1718.

6. Michael III Wilhelm Antoon, volgt XIe.

7. Hermanus Antonius Adrianus Van Basten, geb. Groenlo 2 juni 1722, monnik Kruisheren klooster Marienvrede in Dingden bij Bocholt 1745, priester gewijd bij de orde van de Kruisheren in klooster Marienfrede 1746, † Bocholt, Mariën-Vrede 7 nov. 1776.

8. Dr Judocus Antonius Van Basten, geb. Groenlo 22 mei 1724, † ald. 5 jan. 1789, tr. Groenlo 16 mei 1763 Maria Elisabeth Starinck, geb. Groenlo 27 maart 1736, † 31 mei 1803, dr. van Jan en Aletta Hendrina Staringh.

9. Maria Helena Catharina Van Basten, geb. Groenlo 2 maart 1726, † juli 1726.

10. Johan Willem Adriaan Van Basten, geb. Groenlo 20 aug. 1727, cistercienser monnik in het klooster Groot Boerlo bij Ahaus 1751, † Ahaus (Dld.) 29 maart 1792.

XIe. Dr Michael III Wilhelm Antoon Van Basten, geb. Groenlo 25 maart 1719, Gegoed in: Groenlo, advocaat, 11e collator Vicarie Sancti Nicolai 1792-, † Groenlo 12 dec. 1796, tr. 1e Groenlo 8 juli 1749 Jacoba Elisabeth Staring, geb. Groenlo 3 juli 1717, † ald. 13 mei 1750, dr. van Bernardus Staringh en Anna Aletta Meijeraen; tr. 2e Groenlo na 12 febr. 1757 Anna Maria Elisabeth Volbier (Vullebier), geb. vóór 1737, † Groenlo 5 febr. 1798, dr. van Theodorus Vincentius Volbier en Johanna Aleida Van Munster. Uit het eerste huwelijk:

Maria Helena Catharina Van Basten, geb. Groenlo 2 mei 1750, Gegoed in: Groenlo, 12e collator Vicarie Sancti Nicolai 1796 –, † Groenlo 15 okt. 1819, tr. Bocholt (Dld.) 1782 Jan Henrick Batenborg, geb. 1761, ged. Groenlo 7 nov. 1761, lid magistraat Groenlo en vrederechter (1811) van het kanton Groenlo, † Groenlo 14 sept. 1832, zn. van Rutger Hendrik Batenburg en Aleijda Starink. (hieruit komt ook de naam Van Basten Batenburg voort). (Danach wird die Position des Kollators auf die Familie Van Batenborgh übertragen.)

Havezate het Roode Spieker bij Dinxperlo
Haus und Rittergut das Rote Spiker, zwischen Dinxperlo en Bocholt (zeichnung von Jacobus Stellingwerff 1667-1727).

Das Rote Spiker (Rodespieker, Rothespieker) war ein Rittergut und befindet sich südlich von Süderwick an die Bocholder Aa in Deutschland, Gemeinde Bocholt, an der Grenze mit Dinxperlo zu den Niederlanden.

Ausgrabungen durch den Heimatverein Suderwick im Jahr 2009 würden beweisen, dass es östlich von Hotel Brüggenhütte liegt, zwischen Bocholder Aa, Dinxperloer Straße, am Tenbensel 2, zwischen Anholt und Bocholt.

Die worte Speicher und spiker sind abgeleited von spicarium (spica ist Ähre). Das bedeutet so etwas wie: Getreidespeicher. Der Name Spiker wurde später an kleinen Herrenhäusern auf dem lande gegeben. Von diesen Häusern sind manchmal Gutsthofe entstehen.

Goddert Frederik van Basten (erwähnt in Bocholt und Aalten, Sohn von dr. Hendrik IV van Basten und Richarda de Roller), übernimmt die Verteilung der Erbhof Rote Spijker (Rothe Spiker) bei Dinxperlo von ungefähr 1655. Ihm Jahre 1684 wird er als Resident (siehe ORA Bredevoort Nr. 329) aufgeführt.

Es kann ein Lehen des Hauses Büling sein. Auch genannt als Haus Hambrock / Hambroich / Hambroek in Bocholt, die zuvor die Herrlichkeit Borculo gehörte.

Möglicherweise ist ein Gut gemeint, das ursprünglich aus dem Nachlass von Jurrien van Hambroick tot Wolfskeel und seiner Frau Gerharda Tenckinck zu Loel stammt. Aus der letzten Generation stammt auch das Haus von Efing.

IXd. Godfried Frederick Van Basten tot het Roode Spijker, geb. vóór 1660, Gegoed in: Bocholt, Dinxperlo, Tabakhändler aus Aalten, pachter van de impost van de tabak te Aalten 1676, † na 29 juni 1704, tr. Bredevoort dec. 1660 Susanna Van Gemert, geb. Bredevoort omstr. 8 jan. 1636, † na 29 juni 1704, dr. van Peter en Anneken Ellers De Jong. Uit dit huwelijk:

1. Henricus VIII Van Basten, geb. Bredevoort april 1661.

2. Anna Van Basten, geb. Bredevoort juni 1663, tr. Dinxperlo 14 aug. 1699 Johannes Van Hulst, wonende te Wesel (Dld.) , zn. van Hendrick en NN.

3. Petrus Jacobus (1) Van Basten, ged. Bredevoort sept. 1665, † ald. sept. 1665.

4. Herman Jodocus, volgt Xf.

5. Petronella Van Basten, geb. Dinxperlo maart 1670, † na 7 maart 1725, tr. Dinxperlo 19 aug. 1703 Meijnard Van Hooven, geb. Zellem (Westphalen), arts te Dinxperlo, † na 31 jan. 1723, zn. van Hendrick.

6. Gerrit Jan, volgt Xg.

7. Elardus Van Basten, geb. Aalten omstr. 3 okt. 1675.

8. Petrus Jacobus (2) Van Basten, geb. Aalten omstr. 28 okt. 1677.

9. Frederick V Van Basten, geb. 1689, † na 7 maart 1723.

Xf. Herman Jodocus Van Basten, geb. Bredevoort april 1667, chirurgijn, † vóór 14 juni 1743, tr. 1e Dinxperlo14 mei 1699 Johanna Margaretha Van Reestepad, geb. omstr. 1675, † vóór 10 juni 1705, dr. van Jan; tr. 2e Bredevoort 10 juni 1705 Anna Elisabeth Corts, geb. Bredevoort april 1670, † na 14 juni 1743, dr. van Hans en Hendersken Vrijmoet. Uit het eerste huwelijk:

1. Jan Herman Van Basten, geb. Rees (Rheinland, Dld.) omstr. 4 april 1700, mog. geëemigreerd naar Amerika en gelijk aan de man die op 26 sept 1737 als ‚Joh: Herm: von Basten Candidatus S.Th:‘ vanuit Rotterdam aankwam in Philadelphia met het schip St. Andrew Galley, candidaats Theologie gehaald en/of beroepbaar als predikant, in de periode 1738-1740 vermeld als Minister Dutch Reformed Church in New York, Jamaica (varianten op naam: Johannes Hermanus van Basten, John Herman von Basten, Johann Hermann van Basten, Joh. Herin. von Basten) , † na 11 nov. 1719.

2. Frans Godfried Van Basten, geb. vóór 1709, † 1724.

Xg. Gerrit Jan Van Basten, ged. 22 april 1673, † na 1712, tr. Dinxperlo 14 mei 1699 Anna Van Uffelhaven, dr. van Joost. Uit dit huwelijk:

1. Suzanna Van Basten, † na 17 juli 1746, tr. 1e Dinxperlo vóór 17 juli 1746 N. Van Bruggen, † vóór 17 juli 1746; tr. 2e Dinxperlo vóór 17 juli 1746 Anthonij Bosman, geb. Dinxperlo omstr. 28 april 1720, zn. van Frerik en Geertjen Heesen.

2. Cathrijn Margriet Van Basten, geb. omstr. 23 maart 1700, ged. Rees (Rheinland, Dld.) 23 maart 1700.

3. Henricus XII Van Basten, geb. omstr. 20 sept. 1701, ged. Rees (Rheinland, Dld.) 20 sept. 1701.

4. Jodocus Van Basten, geb. omstr. 24 jan. 1707, ged. Rees (Rheinland, Dld.) 24 jan. 1707.

5. Suzanna Van Basten, geb. Rees (Rheinland, Dld.) omstr. april 1712.

 

Vc. Johan III Van Basten, geb. vóór 30 juni 1523, † voor 14 juni 1550, gegoed in: Winterswijk, Doetinchem, Voorst, Zutphen, Munster, Vreden. Bezitter van het  goed Hynck, b. Meddeho, k. Winterswijk, drijft een herberg te Winterswijk, pachter van de proosdij-landerijen van St. Mauritius te Munster, † vóór sept. 1580, tr. vóór 1574 Henrica Lansinck, geb. vóór 4 juni 1605,  † na 29 juli 1616, dr. van Gerhard en  Elisabeth Brinkes. Uit dit huwelijk:

Berndt IV Van Basten, geb. vóór 1586, Gegoed in: Winterswijk.

overzicht huizen Van Basten in de buurt van Bocholt en Anholt
Standorte der Häuser von Mitgliedern der Familie Van Basten, in der Herrlichkeit Anholt, Breedevoord und Münsterland gelegen. Aufgenommen auf einer Karte des Landkreises Zutphen von C.J. Visscher aus 1627.

2. Probe eines genealogischen Fragments der Familie Van Basten aus Vechta (Niedersachsen)

Siegelt (auch) mit einem Ankerkreuz.

Otto van Basten, drost von Vechta, siegelt in 1501 mit ein ankerkreutz

I. Otto I Van Basten, geb. vóór 1411, vermeld als notar Otte de Basten bij een verkoop van onroerend goed in Holthausen (Meppen, Nedersaksen, Dld.) 1429, † na 1429. Zijn zoon:

II. Otto II Van Basten, geb. vóór 1457, ambtman in Emsland (Dld.) 1477, rentmeester van de bisschop van Munster in Emsland 1483-1488. Zijn zoon:

III. Otto III Van Basten, de oude, geb. vóór 1463, gegoed in Cloppenburg, Oythe, Visbek, Vechta; verwerft van de Bisschop van Münster het Hulsmanss Erbe in Kerspel Oythe (Vechta, Dld.) 1491; Gerliges Erbe, buurtschap Astrup, kerspel Visbek (Vechta) 1496; eine wüste Hausstelle in Vechta 1506; een rente uit huis en erf Varenessche, kerspel Goldenstedt (Vechta) 1509; Ontvangt van de bisschop van Münster in pand het Holzgericht in de mark Dagersloh, tussen Sudlohn (Borken, Dld.) en Ehrendorf (Vechta) 1514 en een boerenplaats zu Büschel in Lohn, 1515-1575; Drost van het amt Meppen, Emsland, voor de bisschop van Munster 1483-1511; drost van Vechta, 1493-1515; proost van Vechta, Emsland 1501; Amtman in Vechta 1501,1502, 1504, 1505, 1511; raad van de Bisschop van Münster, vermeld in Cloppenburg (Dld.) 1513; lid van de Illustre Lieve Vrouwe Broederschap te Den Bosch 1514; bijzitter bij een procedure bij rechter Gerdt Budde 1529;† vóór 1542, tr. 1e Anna N., geb. vóór 1522, † na 20 mei 1542; tr. 2e vóór 17 jan. 1509 Rixsen N., geb. vóór 1490, † na jan. 1509.

(Mogelijk) uit het eerste huwelijk:

1. Rotger van Basten, kapellaan van de bisschop Erici de Saxonia van Munster 1532, † na 1532. 2. Otto IV van Basten, de Jonge, geb. vóór 1500, rentmeester van de bisschop van Münster 1544, 1548, (Emsland) 1589, ontvangt van de bisschop van Münster in pand het Holzgericht in de mark Dagersloh, tussen Sudlohn (Borken) en Ehrendorf (Vechta en een boerenplaats zu Büschel in Lohn, 1542-1575; † na 1589. 3. Wolter van Basten zu Cloppenburg, geb. vóór 1510, Rentmeester van het ambt Cloppenburg 1510-1512, drost van het ambt Cloppenburg 1510, lid van de Raad van de Bisschop van Münster 1513, Regular van het Domkapitel Osnabrück 1520, Domvikar Osnabrück 1520, † vóór 20 mei 1542, tr. vóór 20 mei 1542 Anna, † na 20 mei 1542. 4. Wichmut van Basten, geb. vóór 1 okt. 1547, moederoverste van het zusterhuis in Vechta, † na 26 maart 1551.

Uit het tweede huwelijk:

5. Margaretha van Basten tekent bezwaar aan tegen een schenking van de overleden Otto von Basten aan de Vicarie van St.. Anna en het H. Kruis in Goldenstedt 1548, verkoopt een rente uit het erf Varenesch, Goldenstedt (Vechta), † na 1548.

Bemerkungen

  • Diese zweite Familie versiegelt – genau wie die Familie aus Gelderland, die in der ersten Genealogie ausgearbeitet wurde – mit dem Ankerkreuz (Wappenbuch des westfälischen Adels) (ohne Stern).
  • Die verschiedenen Otto’s sind in den Quellen kaum zu unterscheiden. Nach unserem besten Wissen wurden sie daher vorerst aufgeteilt. Die verschiedenen Drosten Otto van Basten werden manchmal auch als „van Besten“ geschrieben.
  • Aufgrund von Ähnlichkeiten in Bezug auf Nachname, Name, Siegel und Region ist es wahrscheinlich, dass die Personen in der zweiten Fragment-Genealogie mit den Personen in der ersten Genealogie verwandt sind. es ist jedoch noch in keiner Weise klar.

Bitte senden Sie Ergänzungen und Korrekturen an: info[AT]vanbatenborgh.nl

Klicken Sie hier für die Konsultierten Quellen.

© 2010 Stiftung Vicarie Sancti Nicolai zu Winterswijk

Die Übertragung von Daten für den persönlichen Gebrauch ist nur unter Angabe der Quelle auf jeder Seite möglich.

Aktualisiert August 2019