inloggen

Nieuws

De Belastingdienst beschouwt de middeleeuwse vicarie en prebende als een Afgezonderd particulier vermogen (APV)   In een oekaze van de Belas...

 

Ontwikkelingen in de 19e - 21e eeuw

 

kaart Winterswijk 1809 Drossaers

 

kaart van Winterswijk met essenlandschap (o.a. ingetekend het 'Arresveld' en het Mentink) , door Drossaers, 1809

 

 

Het landgoed van de vicarie bestond in de eerste helft van de negentiende eeuw vrijwel geheel uit weiland en bouwland rond Winterswijk.

 

Een overzichtje van omstreeks 1824 vermeldt een totale oppervlakte van ruim 12 hectare. De kern van het goederenbezit werd nog altijd gevormd door de landerijen op het Arresveld, en enkele percelen die meer naar het zuiden waren gelegen.

 

Daarnaast had stichting nog het kapitaaltje van fl. 345,- (de opbrengst van de verkoop van de Langenkamp in 1762) dat oorspronkelijk was belegd op het Politicq Comptoir van Zutphen, maar inmiddels was omgezet in een grootboekschuld inschrijving*. Het bracht nauwelijks iets op, aangezien de jaarlijkse rente slechts 1,59% bedroeg.

 

Een uitgang uit het erve Wesselinck (in 1815 Wisseling' genoemd) stond nog wel op de ‘Staat der vicarijen in de provintie Gelderland' uit 1815, maar was (waarschijnlijk sinds lang) afgekocht.

 

Van de rentebrieven die de vicarie in de veertiende en vijftiende eeuw had verworven, was verder niets meer over, of zij zijn tot eigendom geworden.

 

de kapel van de Vicarie bij LichtenvoordeVerdeling markegronden 1840

Een belangrijke uitbreiding van het vermogen vond plaats omstreeks 1840, toen de vicarie ruim dertien hectare heidegrond verwierf bij de Winterswijkse markeverdeling. Dat was gelegen langs de oude spoorweg van Groenlo naar Winterswijk, tussen de huidige Meekertweg en het Arresveld.

Het grondbezit van de vicarie verdubbelde hiermee in één keer.

 

Eind twintigste eeuw en vroeg in de 21e eeuw zijn twee kleine industrieterreinen, gelegen in de binnenstad van Winterswijk, verkocht. Die opbrengsten zijn belegd in effecten resp. gereserveerd voor aankoop van nieuwe grond.

 

De kapel in Lievelde is in 1987 geschonken.

 

Mariakapel te Lievelde (Lichtenvoorde) aan de Voshuttedijk

 

 

* De grootboekschuld is een schuldvorm die in 1814 door Willem I naar Frans model werd ingevoerd. De schuld werd gekenmerkt door een haalrente. De houders moesten ieder half jaar hun rente opvragen waarbij een verjaringstermijn gold van 5 jaar. Anno 2006 staat de schuld nog altijd genoteerd aan de beurs van Amsterdam.