Soorten vicarieën

Soorten vicarieën en het kerkelijke jargon (cura animarum en ius patronatus)

Een vicarie is in het algemeen een beneficium ecclesiasticum. Deze stichting werd – naast het wereldlijke recht – ook beheerst door het geestelijke recht.

Er waren vicarieën waarvan het inkomen bestemd was voor een priester of predikant en die vroeger niet met zielzorg waren verbonden (vicarieën sine cura animarum).

Voorts maakte het verschil of een leek de bestuurder  (patroon of collator) was of de pastoor.

De vicarieën met een leken patronaatsrecht (vicarie patronatus laicalis) kregen in de Nederlanden bijna overal een andere bestemming dan de overige. En de fondsen die geen zielzorg hadden, weer een andere dan de vicarieën met zielzorg (cum cura animarum).

 

Na de Reformatie worden alleen bepaalde soorten vicarieën veelal studiebeurzen

De vicarieën die niet belast waren met zielzorg (sine cura animarum) brachten als verplichting voor de priester mee dat hij gedachtenismissen aan een bepaald altaar moest lezen. Dergelijke verplichtingen vervielen met de Reformatie en werden onmogelijk om uit te voeren.

Deze laatste fondsen (de vicarieën patronatus laicalis, sine cura animarum)  worden in het algemeen voor 2/3 deel ter beschikking gelaten van de collator. Op voorwaarde dat hij ze gebruikt voor een goed doel (ad pios usus, meestal als studiebeurs), en voor 1/3 deel (de tertie) voor kerk en school: studiedoeleinden.

Maar vele vicarieën zijn in het hervormingstijdvak of kort daarna eenvoudig verdwenen.

 

Vicarieën zijn beneficieën en komen voor onder verscheidene benamingen

Prebenden zijn (Friese) vicarieën zonder zielzorg (sine cura animarum).

Vele Friese lenen zijn voor de Hervorming gesticht, en waren bij oprichting vicarieën (sine cura animarum). Lenen komen feitelijk alleen in Friesland voor. Vgl. artikel 58 Overgangswet Nieuw BW.

Kapellanieën zijn vicarieën, gesticht in kapellen of conventen.

Memoriën zijn goederen waarvan de opbrengsten moesten dienen voor missen ter nagedachtenis van de stichter of diens familie, waarvoor geen afzonderlijke vicaris was ingesteld of benoemd, maar welke door de geestelijken van de kerk werden verricht.

Onder de categorie beneficia vallen ook de Pastorieën.

 

p.s. Onjuiste spellingen zijn: vicarien, beneficien, kapellanien of pastorien.